Posts tonen met het label kunstfilm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunstfilm. Alle posts tonen

dinsdag 28 mei 2019

Man with a Movie Camera - full movie


Hieronder kan u kijken naar een baanbrekende stille film van de Sovjet-Russische filmpionier Dziga Vertov uit 1929, getiteld Man with a Movie Camera (originele Russische titel: Chelovek s kino-apparatom): een experimentele documentaire waarin Vertov, met assistentie van zijn vrouw (de filmmonteur Elizaveta Svilova), tal van destijds nieuwe filmtechnieken uitvond, combineerde of verder ontwikkelde, zoals freeze frames, match cuts, jump cuts, slow motion, time-lapse-opnames, meervoudige opnames op hetzelfde stukje filmrol, split screens, Dutch angles, extreme close-ups, tracking shots, reversed footage en stop motion-animatie. 

Vertov en zijn cameraman Mikhail Kaufman (die ook zelf in beeld komt en de titelrol als Man met een filmcamera 'speelt') filmden het dagelijks leven in de Sovjet-Russische steden Kiev, Charkov, Moskou en Odessa, waarna de beelden op een creatieve en vaak associatieve manier met elkaar gecombineerd werden tijdens de montage. Dit levert een zeer kunstzinnig resultaat op, waardoor Man with a Movie Camera veel meer is dan een documentaire en beschouwd wordt als een volwaardig avantgardistisch kunstwerk en invloedrijk meesterwerk in de filmgeschiedenis. 

De versie hieronder bevat muziek van de hedendaagse Britse filmcomponist Michael Nyman. 



(Klik op de playbutton en dan rechtsonder bij instellingen op "Kwaliteit" en op 720p voor hogere beeldkwaliteit)


Genre: documentaire / kunstfilm

zondag 23 december 2018

Een artistieke seriemoordenaar

The House That Jack Built  van Lars von Trier     ★★★½



Met zijn nieuwe film The House That Jack Built (2018) bevestigt de controversiële cultcineast Lars von Trier opnieuw zijn reputatie als enfant terrible van de Deense cinema (lees ons biografische portret hier). De gewelddadige film (die behoort tot onze favoriete films over seriemoorden) draait rond de Amerikaanse seriemoordenaar Jack (met brio vertolkt door Matt Dillon), die vanaf het eind van de jaren 70 jarenlang tientallen moorden pleegt en geënsceneerde foto's van de lijken maakt. Volgens Jack moeten zijn moorden en lugubere foto's begrepen worden als iconische kunstwerken...

Matt Dillon als de seriemoordenaar Jack.

Het donkere licht van de hel

The House That Jack Built is letterlijk en figuurlijk een reis naar de hel. Jack blikt zonder wroeging terug op zijn moorden in het gezelschap van Verge (gespeel door Bruno Ganz): een oudere man die fungeert als Jacks biechtvader terwijl hij de seriemoordenaar naar de hel leidt. De naam Verge verwijst naar het personage Vergilius in La Divina Commediaeen epos van de Florentijnse dichter Dante Alighieri uit het eerste kwart van de 14de eeuw, waarin Dante zichzelf opvoert als hoofdpersonage terwijl hij door de antieke Romeinse dichter Vergilius rondgeleid wordt door de negen cirkels van het Inferno (de hel). In Von Triers film dalen Jack en Verge af naar de hel, terwijl Jack zijn misdaden opbiecht. Zijn wrede moorden worden in beeld gebracht met flashbacks, waarin we ook meer te weten komen over Jacks jeugd en ontspoorde persoonlijkheid. Dit maakt van The House That Jack Built een postmoderne fabel over goed en kwaad, met echo's van Goethe's treurspel Faust uit de 18de eeuw, want Jack gedraagt zich net als Faust als een handlanger van de duivel. 

Jack deed ons ook denken aan de seriemoordenaars in enkele andere misdaadthrillers: 
- net als het titelpersonage Henry in Henry: Portrait of a Serial Killer uit 1987 (ook één van  onze favoriete films over seriemoorden en tevens één van onze favoriete horrorfilms), pleegt Jack nihilistische moorden op vaak willekeurige slachtoffers;
- net als Buffalo Bill in The Silence of the Lambs uit 1990 (ook één van  onze favoriete films over seriemoorden en tevens één van onze favoriete horrorfilms), loopt Jack soms rond met een kruk zodat hij een ongevaarlijke indruk wekt en hij zijn slachtoffers in zijn bestelwagen kan lokken; 
- net als Patrick Bateman in American Psycho uit 2000 (ook één van  onze favoriete films over seriemoorden; lees onze recensie hier en bekijk de trailer hier), kan Jack zich jarenlang straffeloos bezondigen aan weerzinwekkende moorden omdat de meeste mensen te apathisch zijn om naar elkaar om te kijken;
- net als The Tooth Fairy in Red Dragon uit 2002 (een prequel op The Silence of the Lambs), dweept Jack met de Engelse dichter William Blake; 
- en net als Peter en Paul in Funny Games uit 2007 (ook één van  onze favoriete films over seriemoorden), pleegt Jack ook sadistische home invasions.

Op het schilderij La Barque de Dante van Eugène Delacroix uit 1822
steken de dichters Dante (met rode kap) en Vergilius de rivier Styx over naar de onderwereld Hades.
Rond de boot zien we wanhopige verdoemden, die als straf voor hun agressie
veroordeeld zijn tot eeuwig geworstel in de Styx.

Jack is een belezen en intelligente ingenieur met een compulsieve drang naar orde en properheid. Maar hij is ook een narcistische, gewetenloze en cynische psychopaat met een dwangmatige en sadistische moordlust. Jack noemt zichzelf Mister Sophistication, omdat hij zijn misdaden beschouwt als een goddelijke vorm van kunst. Zo legt hij aan Verge uit dat zijn slachtoffers als het ware "eeuwig voortleven" in de geënsceneerde foto's die hij van hun lijken maakt. Jack benadrukt daarbij "de demonische kwaliteit" van "het donkere licht" dat te zien is in de fotonegatieven. Hiermee verwijst regisseur Von Trier naar Lucifer en de hel, want de naam van de duivel is afgeleid van het Latijnse woord lucis voor 'licht', terwijl de Antichrist en de hel tegenstellingen en perversies van God en de hemel zijn, net zoals fotonegatieven een 'omgekeerde' antirealiteit tonen want op een fotonegatief ziet licht er als een donkere schaduw uit en vice versa. "Demon est Deus inversus" (de Duivel is het omgekeerde van God) luidt een antieke wijsheid, die onder meer uitdrukking geeft aan de tegenstellingen in de natuur. Er is geen licht zonder duisternis, geen warmte zonder koude, geen goed zonder kwaad,
 want elk fenomeen bestaat slechts (en kan slechts begrepen worden) in en door zijn verwijzing naar wat het niét is. Zo weten we bijvoorbeeld dat iets nat is, omdat het niét droog is. Of zoals de filosoof Spinoza het uitdrukte: "Determinatio negatio est." (elke bepaling is een ontkenning) Jack misbruikt gelijkaardige wijsheden om zijn moorden en foto's te legitimeren als artistieke uitdrukkingen van de noodzaak van het Kwade als de schaduw van het Goede. Het toepasselijke slotbeeld van The House That Jack Built is trouwens een fotografisch negatief van het donkere licht van het hellevuur.

Dit barokke tableau vivant, gefilmd in extreme slow motion en gebaseerd op het schilderij La Barque de Dante (zie hoger),
toont Jack en Verge terwijl zij de rivier Styx oversteken naar Elysium in de onderwereld Hades.

Voorbij goed en kwaad

Terwijl Jack en Verge filosoferen over kunst en moraal, worden de flashbacks naar Jacks misdadige levenswandel vaak onderbroken met
educatieve interludes, zoals reproducties van kunstwerken, archiefopnames van de Canadese pianovirtuoos Glenn Gould, een animatiefilmpje over schaduwen, oude filmopnames van oorlogsgeweld, homevideo-beelden, en korte minidocumentaires over wijn of over de gedichten The Lamb en The Tyger van William Blake. In dat verband beweert Jack dat God zowel de woestheid van de tijger als de onschuld van het lam schiep omdat beiden noodzakelijk zijn: de tijger doodt het lam zoals de kunstenaar de onschuld vernietigt, omdat elk leven en elke creatie noodzakelijkerwijze ook dood en destructie met zich meebrengen. Jack identificeert zich op Nietzscheaanse wijze, voorbij goed en kwaad, met de tijger, in plaats van een mak lammetje te zijn dat door de slavenmoraal van godsdiensten gedoemd is tot slachtofferschap. Volgens Jack is de menselijke ziel rationeel, maar vertegenwoordigt het lichaam alle gevaarlijke dingen, zoals kunst. Verge, die fungeert als spreekbuis voor het geweten van de kijker, protesteert tegen Jacks destructieve esthetiek en zegt tegen hem: "You read Blake like the devil reads the Bible. (...) Without love there is no art."

Een provocatieve metafilm

The House That Jack Built zorgde op het voorbije Filmfestival van Cannes voor flink wat ophef, vanwege enkele uiterst gewelddadige scènes. Heel wat filmrecensenten en kijkers verwijten Von Trier dat hij grossiert in gratuit geweld om te provoceren en te shockeren. Begrijpelijk, want The House That Jack Built toont de zieke exploten van een genadeloze seriemoordenaar die zelfs kinderen vermoordt. Feministen en aanhangers van de #MeToo-beweging worden in de film geprovoceerd met onder meer Jacks vraag "Why is it always the man's fault?", terwijl hij nochtans heel wat vrouwen vermoordt. Bovendien verheerlijkt Jack zelfs dictators zoals Hitler, Mussolini, Pol Pot, Leopold II, Idi Amin, Stalin en Mao, wier grootschalige bloedbaden door Jack verontschuldigd worden als "iconisch".

Lars von Trier als vastgebonden slachtoffer
op een filmposter voor The House That Jack Built,
waarmee de omstreden cineast de restrictieve kritiek
op zijn film anticipeert en pareert.
  

Toch is The House That Jack Built meer dan een gewelddadige slasher movie. In wezen stelt deze film immers de boeiende metavraag waar de grens ligt tussen gemene exploitatiefilms en (uitdagende) kunst. Moet je als cineast rekening houden met morele en maatschappelijke normen, bijvoorbeeld op het vlak van 'goede smaak', vrouwvriendelijkheid en politieke correctheid? Of is ware kunst integendeel een moralinevrije discipline die, voorbij goed en kwaad, onder het vrijdenkersmotto Anything goes bespaard moet blijven van censuur? Daarmee thematiseert Von Trier onrechtstreeks zijn eigen gespannen relatie met pers en publiek, vermits ook enkele van zijn eerdere films, met name The Idiots (1998), Antichrist (2009) en het tweedelige Nymph()maniac (2013), heel wat controverse veroorzaakten. Von Triers zelfreferentie blijkt ook uit het herhaaldelijk gebruik van David Bowie's popnummer Fame op de soundtrack van The House That Jack Built. Volgens sommigen gaat dit popnummer in feite over cocaïne, maar Von Trier lijkt Fame te gebruiken als commentaar op zijn eigen infame reputatie als een provocateur. Om aan te tonen dat hij daar niet wakker van ligt en als cineast vrijuit zijn ding wil blijven doen, verwerkte hij in The House That Jack Built ook een dosis pikdonkere humor, zoals: de versnelde opnames waarin Jack een stijf bevroren vrouwenlijk draagt; de geënsceneerde foto's van dat bevroren lijk; de hilarische én spannende scène waarin Jack zijn eigen blonde vriendin vernedert als een spreekwoordelijk 'dom blondje' en haar de naam "Simple" geeft; en de sequentie waarin Jack tijdens een jachtpartij aan een moeder en haar twee zoontjes vraagt om 'veiligheidshalve' rode petjes op te zetten zodat zij niet per ongeluk beschoten zouden worden, waarna hij vervolgens op hén begint te jagen terwijl de rode petjes van het gezinnetje nu makkelijke doelwitten vormen voor Jacks jachtgeweer. De rode petjes zijn misschien ook bedoeld als een sneer naar de rode Make America Great Again-petjes van de Amerikaanse president Donald Trump, vermits Trump het grondwettelijk beschermde recht van burgers op wapendracht verdedigt voor de jacht, uit zelfverdediging of tegen een tirannieke overheid.

Riley Keough als "Simple"
en Matt Dillon als Jack.


De combinatie van geweld en humor is wel vaker gebruikt door cineasten, bijvoorbeeld in de films van Quentin Tarantino en in Stanley Kubricks dystopische meesterwerk A Clockwork Orange uit 1971 (één van onze favoriete sciencefictionfilms en tevens één van onze favoriete films tout court; lees onze recensie hier). Von Trier gebruikt die combinatie van geweld en humor op een provocatieve en maatschappijkritische wijze, net zoals Kubrick in A Clockwork Orange, om de grenzen van de goede smaak af te tasten en stap voor stap te verleggen. Het lachen vergaat de kijker echter wanneer Von Trier zijn provocaties op de spits drijft door in The House That Jack Built gruwelijke archiefopnames van oorlogsexecuties en van lijken in oorlogskampen te tonen. Met deze taboedoorbrekende aanpak toont Von Trier wat heel wat kijkers liever niet willen zien. Maar waarom? Om te provoceren? Ja dus, maar dan wel met een doel: bij monde van Jack, die cultuurfilosofisch commentaar geeft om zijn moorden goed te praten, vraagt Von Trier aan elke kijker eigenlijk: wanneer ga ik volgens u te ver? Toen ik u toonde hoe Jack zijn vriendin vernederde? Toen u zag dat Jack zelfs kinderen vermoordt? Of pas toen u de lijken in de oorlogskampen zag? Wat is uw houding ten opzichte van kunst? Is cinema een cathartische kunstvorm waarin we onze onderdrukte angsten en agressie kwijtkunnen? Is kunst zelfs niet denkbaar zonder vernietiging van onschuld? In dat verband vergelijkt Jack kunstwerken met goede wijn: het resultaat van rottende druiven, van ontbinding en destructie dus, net als de rottende lijken van Jacks slachtoffers in diens grote diepvrieskamer, waarna Jack even in de camera kijkt met een blik die aan de kijker vraagt: nietwaar? En zo manipuleert Jack de kijker, terwijl Von Trier achter de schermen aan de touwtjes trekt en ons als voyeur medeplichtig maakt aan het geweld op het scherm. Net zoals Kubrick ons als kijker doelbewust medeplichtig maakte aan het brutale geweld in A Clockwork Orange om ons een maatschappelijke spiegel voor te houden, provoceert Von Trier ons in The House That Jack Built met extreem geweld om de spanning tussen artistieke vrijheid en maatschappelijke normen scherp te stellen. Dit maakt van The House That Jack Built een uitdagende en interessante metafilm die ons aanspoort tot kritische zelfreflectie over onze relatie met moraal en kunst in het algemeen en met cinema in het bijzonder.

Onvoorspelbaar

Matt Dillon acteert uitstekend in zijn titelrol van de diabolische Jack. Dat is ook te danken aan het onvoorspelbare scenario, waarin dreiging, geweld en zwarte humor dicht bij elkaar liggen. Dillon bewees eerder al dat hij de juiste, ambivalente uitstraling heeft voor de rol van een perverse slechterik, bijvoorbeeld in de geslaagde neo noir misdaadthriller Wild Things (1998) van John McNaughton en als de  de oneerlijke privédetective Pat Healy (één van de beste movie villains aller tijden) in de stoute komedie There's Something About Mary (1998) van de gebroeders Farrelly (één van onze favoriete komedies). In The House That Jack Built speelt Dillon een slechterik in het kwadraat, maar hij doet dat op een ingehouden en bemeten manier in plaats van een ongeloofwaardig karikatuur neer te zetten. Dit maakt van Jack, spijts zijn extreme misdaden, een geloofwaardig personage. In de slotscènes slaagt Dillon er zelfs in om Jack een ontroerend kantje te geven.


Bruno Ganz daarentegen was een foute keuze voor de rol van Verge. De Duitse acteur spreekt gebrekkig Engels, waardoor zijn dictie ingestudeerd en dus niet spontaan genoeg klinkt. Ook Uma Thurman overtuigt niet echt in haar bijrol van een vrouw met autopech die een lift krijgt van Jack. Haar personage moet een zelfzekere, irritante vrouw voorstellen, maar Thurmans mimiek straalt in deze film niet genoeg zelfvertrouwen uit. Siobhan Fallon Hogan overtuigt wél in haar geloofwaardige bijrolletje van een vrouw die Jack in haar huis binnenlaat. De Deense actrice Sofie Gråbøl (beter bekend als de politiedetective Sarah Lund in de uitstekende Deense crimiserie The Killing) bevestigt haar acteertalent in haar emotionele vertolking van de moeder die met haar zoontjes het doelwit wordt van Jacks sadistische jachtpartij. En ook Riley Keough verdient een pluim voor haar veelzijdige vertolking van Jacks naïeve vriendin "Simple", die heen en weer geslingerd wordt tussen hoop en vrees.

Uma Thurman en Matt Dillon.

Op filmtechnisch vlak koos Von Trier in The House That Jack Built voor een hybride combinatie van visuele stijlen en montagetechnieken: vaak sobere, soms korrelige beelden met vale kleuren in een realistische, bijna documentaire tv-stijl uit de jaren 70, die ook herinnert aan het realisme in de nihilistische misdaadshockers 
Henry: Portrait of a Serial Killer en Funny Gamesdramatische belichting, deep focus en een fel kleurenpalet in de slotscènes (warm geel voor Elysium en diep rood voor de hel); heel wat hand-held shots, maar ook uitgekiende beeldcomposities; af en toe jump cuts; off-screen dialogen; grappige versnelde opnames; dan weer extreme slow motion in een haarscherp en barok tableau vivant tijdens de scène waarin Jack en Verge de rivier Styx naar de onderwereld Hades oversteken; archiefbeelden in zwart-wit, enzovoort... Net als in JFK (1991) en Natural Born Killers (1994) van Oliver Stone en in Michael Moore's documentaires Bowling for Columbine (2002) en Fahrenheit 9/11 (2004), levert de combinatie van visuele en narratieve technieken in The House That Jack Built een stilistisch lappendeken op. Dat gaat ten koste van een consequente look en geeft een fragmentaire indruk, maar het levert wel variatie en verrassingen op.


Fuck you

Wij houden niet van pseudo-artistieke films waarin het publiek shockeren een doel op zich is -iets waar Von Trier wel vaker van beschuldigd is- maar The House That Jack Built gaat als metafilm precies over dat verwijt. Bij monde van Jack, lijkt Von Trier tegen zijn critici te zeggen: Fuck you, ik ben geen voorspelbare Hollywoodregisseur en ik maak de films die ik wil maken. 

The House That Jack Built is door Von Trier doelbewust als een house of horror opgetrokken. Hij koos het materiaal en de bouwstijl. Net zoals Jack twee huizen bouwt: één voor zichzelf en één luguber huis dat pas laat in de film onthuld wordt. Maar de filmtitel kan ook existentieel begrepen worden: elk individueel leven is een huis dat goeddeels ontworpen wordt door de mens die het leeft. Elk van ons is als het ware een architect die zélf tot op zekere hoogte kiest met welk materiaal en hoe zijn/haar leven opgebouwd wordt. En elk van ons moet daarin leven en sterven. Jack leeft een huiveringwekkend leven en creëert zo zijn eigen hel. Of hij daarvoor moet boeten dan wel ontsnapt aan zijn straf, verklappen we hier niet...

Zo bekeken, is The House That Jack Built geen immorele of amorele exploitatiefilm, maar integendeel een morele fabel. De film pendelt immers tussen een slasher movie en een cultuurfilosofisch exposé. Dit verklaart ook waarom The House That Jack Built, hoewel zeer gewelddadig, minder spannend is dan heel wat andere beklijvende films over seriemoorden

Wat de filosofische dimensie van deze film betreft, bleven wij wel wat op onze honger: de dialogen tussen Jack en Verge sturen aan op een onthullend inzicht in de complexe verhouding tussen kunst en moraal, maar Von Triers beloftevolle analyse lost de verwachtingen niet helemaal in en blijft tot op zekere hoogte steken in de tegenstellingen tussen Jacks amorele cynisme en Verge's morele pleidooi voor liefde. 

Toch zit The House That Jack Built erg goed in elkaar, blijft de film 2,5 uur boeien en hebben we vooral genoten van Matt Dillon, de duivelse humor en de fascinerende en knap in beeld gebrachte slotscènes. 

JN.

The House That Jack Built (Denemarken/Frankrijk/Duitsland/Zweden-2018): in de Belgische bioscopen sinds 17 oktober 2018.
Met: Matt Dillon, Bruno Ganz, Uma Thurman, Riley Keough, Sofie Gråbøl en Siobhan Fallon Hogan.

Genre: slasher movie / misdaadthriller / horror / zwarte komedie / kunstfilm

Klik op de oranje links voor:


- ons biografische portret van de regisseur: Lars von Trier: Enfant terrible van de Deense cinema


dinsdag 11 september 2018

The House That Jack Built - trailer


Zoals we van hem gewoon zijn, is deze nieuwe film van de Deense cultcineast Lars von Trier alweer zeer controversieel. Ditmaal gaat het om een eigenzinnige karakterstudie van een uiterst gewelddadige Amerikaanse seriemoordenaar, die vanaf het eind van de jaren 70 jarenlang actief is en zijn moorden naar eigen zeggen beschouwt als iconische kunstwerken...

De rol van de seriemoordenaar wordt met brio vertolkt door Matt Dillon, de belangrijkste bijrollen door Bruno Ganz, Uma Thurman, Sofie Gråbøl, Riley Keough en Siobhan Fallon Hogan.

Lees onze recensie van The House That Jack Built (2018) hier.

Bekijk de trailer hieronder:



(Klik op de playbutton en dan rechtsonder bij instellingen op "Kwaliteit" en op 720p of 1080p voor hogere beeldkwaliteit)


Genre: slasher movie / misdaadthriller / horror / zwarte komedie / kunstfilm

Klik op de oranje links voor:

- onze recensie van The House That Jack Built: Een artistieke seriemoordenaar

- ons biografische portret van de regisseur: Lars von Trier: Enfant terrible van de Deense cinema

donderdag 21 december 2017

The Square - trailer


Deze nieuwe, bijtende satire over hedendaagse kunst werd geschreven en geregisseerd door de Zweedse cineast Ruben Östlund, die er op het voorbije Filmfestival van Cannes de Gouden Palm mee won. 

De hoofdrollen worden vertolkt door Claes Bang, Dominic West, Christopher Læssø, Elisabeth Moss en Terry Notary.




(Klik op de playbutton en dan rechtsonder bij instellingen op 720p of 1080p voor hogere beeldkwaliteit)


Genre: tragikomedie / kunstfilm



donderdag 19 januari 2017

The Confessions of Robert Crumb - documentaire


Boeiende BBC-documentaire uit 1987 over de eigenzinnige Amerikaanse illustrator en striptekenaar Robert Crumb, die vanaf de late jaren zestig cultstatus verwierf met zijn gedurfde underground comics




(Klik op de playbutton en dan rechtsonder bij instellingen op "Kwaliteit" en 380p voor hogere beeldkwaliteit)


Genre: documentaire / biopic / kunstfilm



woensdag 11 januari 2017

Rejected - kortfilm


Rejected is een prettig gestoorde korte tekenfilm van de eigenzinnige Amerikaanse animator en cineast Don Hertzfeldt uit 2000. Of zoals de Britten zeggen: totaly bonkers...

Bekijk de kortfilm hieronder:



(Klik op de playbutton en dan rechtsonder bij instellingen op "Kwaliteit" en op 720p voor hogere beeldkwaliteit)


Genre: animatiefilm / kortfilm / zwarte komedie / kunstfilm

maandag 11 mei 2015

Spring Night - full movie & recensie




(Klik op de playbutton en dan rechtsonder bij instellingen op 480p voor hogere beeldkwaliteit)



Spring Night  van Tatiana Tuttle     ★★★★

In deze korte experimentele dansfilm uit 1935 glipt een jongedame weg van een feestje en ontdekt ze in de tuin een standbeeld van Pan: de Griekse bosgod van de lente, de vruchtbaarheid en het dierlijk instinct. Ze valt in slaap en droomt hoe Pan haar meesleept in een betoverende dans...  

Erotisch

De sensuele choreografie van de magische dansscènes is het werk van de Russische balletdanser David Lichine, die ook zelf de rol vertolkt van Pan. Zijn viriele en ondeugende, maar ook ietwat perverse uitstraling is de perfecte belichaming van de even verleidelijke als verontrustende mythologische figuur (het woord 'paniek' is afgeleid van de god Pan). De dansende jongedame wordt vertolkt door de Amerikaanse balletdanseres Nana Gollner. 

Geïnspireerd op de onvergetelijke choreografieën van het fameuze dansgezelschap Ballets Russes van Serge Diaghilev, is Spring Night een symbolische ode aan de erotische krachten in mens en natuur. De hypnotische beelden werden opgenomen door cameraman George T. Clemens, en de mooie, sprookjesachtige muziek werd gecomponeerd door Joseph Achron.

Zowel Nana Gollner als David Lichine maakten ooit deel uit van het Ballet Russe de Monte Carlo. Lichine stierf in 1972 op 61-jarige leeftijd in Los Angeles. Gollner was de eerste Amerikaanse danseres die het in Europese balletgroepen tot prima ballerina schopte. In 1952 verhuisde ze van Amerika naar België. In 1977 stichtte ze in Antwerpen de Russische Ballet Academie. Drie jaar later overleed ze in de Scheldestad. Spring Night is een van de weinige bewaard gebleven opnames die herinneren aan de gratie van beide dansers.  

JN.

Spring Night (USA-1935).
Met: Nana Gollner en David Lichine.

Genre: dansfilm / kortfilm / sprookje / kunstfilm / erotiek / mysterie

zondag 8 februari 2015

Big Eyes - trailer




(Klik op de playbutton en dan rechtsonder op 480p of 720p voor hogere beeldresolutie)


Genre: biopic / kunstfilm / drama



dinsdag 2 december 2014

Mr. Turner - trailer




(Klik op de plazybutton en dan rechtsonder op 480p, 720p of 1080p voor hogere beeldresolutie)


Klik op de oranje link voor onze recensie van Mr. Turner: Schilder van het licht

Genre: biopic / kunstfilm / historisch drama



zondag 30 november 2014

Schilder van het licht

Mr. Turner  van Mike Leigh     ★★★



De Engelse kunstenaar William Turner (1775-1851), misschien wel de gevoeligste landschapsschilder aller tijden, wist in zijn indrukwekkende olieverfdoeken en intieme aquarellen als geen ander het lichtspel in lucht, wolken en water te vatten. Zijn expressieve maar tegelijk fijne schildertechniek -een combinatie van grove borstelstreken en oog voor detail- resulteerde in betoverend mooie doeken die anticipeerden op het impressionisme en zelfs op de abstracte kunst, zoals zijn werk Rain, Steam and Speed - The Great Western Railway uit 1844. 

Rain, Steam and Speed van William Turner uit 1844.

Turner verwierf vooral faam met zijn onvergetelijke zeegezichten. Naar eigen zeggen liet hij zich tijdens een storm op zee zelfs eens vastbinden aan een scheepsmast om de natuurelementen beter te voelen als inspiratiebron voor zijn doek Snow Storm - Steam-Boat off a Harbour's Mouth uit 1842. 

Snow Storm van William Turner uit 1842.

Tussen goed en kwaad

De Engelse cineast Mike Leigh steekt zijn bewondering voor Turner niet onder stoelen of banken in zijn nieuwe film Mr. Turner (2014): een boeiende biopic over de laatste 25 jaar in het leven van de geniale Romantische kunstenaar. Leigh focust in zijn zelfgeschreven scenario onder meer op de warme band tussen Turner en diens vader, op Turners obsessie met licht, en op het onbegrip van zijn tijdgenoten wanneer zijn werk steeds expressiever en abstracter wordt in zijn poging om de essentie van vorm, licht en kleur uit te drukken. Toch is Mr. Turner geen hagiografie geworden. De film toont Turner immers ook als een norse man die verschillende maîtresses had, zijn eigen kinderen verwaarloosde en zijn huismeid (die aan de huidziekte psoriasis leed) seksueel uitbuitte.


De titelrol van Turner wordt gespeeld door de Londense acteur Timothy Spall. Met zijn markante 'karakterkop' was Spall de juiste keuze voor de belichaming van een grommende kunstenaar met een boers voorkomen waaronder echter een gevoelige en hyperintelligente man schuilging. Spall acteert met verve. En dat mag je letterlijk nemen, want hij volgde twee jaar les om te leren schilderen in de stijl van Turner. Hij werd hiervoor op het voorbije Filmfestival van Cannes bekroond met de prijs voor beste acteur. 

Timothy Spall in de titelrol van Mr. Turner.. 

De film is ook knap geënsceneerd op locaties die de wereld van Turner geloofwaardig tot leven wekken, zoals pittoreske havenstadjes en het landgoed van mecenas Lord Egremont. Ook de archaïsche, vaak humoristische dialogen, die het 19de–eeuwse Engels benaderen, dragen bij tot een gevoel van historische authenticiteit. 


De hoofdrol in deze mooi in beeld gebrachte kunstfilm is echter weggelegd voor het licht dat zo'n centrale rol speelt in het oeuvre van Turner. Beïnvloed door de kleurenleer van de Duitse wetenschapper en auteur Goethe, ontwikkelde Turner een boeiende theorie over de elektromagnetiserende kracht die de kleur (ultra)violet in het lichtspectrum uitoefent op de dingen en aantoont dat onze wereld –het ontstaan en vergaan van de dingen- niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk een lichtspel is van tegenstellingen. Of zoals Turner het in de film uitdrukt: "Wit is de kracht van het goede. Zwart is de duivel." 


Picturaal

Cameraman Dick Pope haalde voor Mr. Turner alles uit de kast om de belevingswereld en sublieme artistieke visie van Turner tot hun recht te laten komen. Met prachtige shotszoals dat van schuimige zeegolven die aanspoelen tegen de witte krijtrotsen van Dover, krijgt de film ook zelf een picturale, schilderachtige kwaliteit. Het poëtische shot van een sleepboot die een zeilschip over de rivier de Theems trekt tegen de achtergrond van de ondergaande zon lijkt zelfs als twee druppels water op Turners beroemde schilderij The fighting Temeraire tugged to her last berth to be broken up uit 1838. Pope werd op het Filmfestival van Cannes dan ook bekroond door de jury met de Prix Vulcain de l’Artiste Technicien "for bringing to light the works of Turner in the movie"

Het doek The fighting Temeraire met daarboven een screenshot uit de film Mr. Turner.

Op dramatisch vlak viel nog meer te halen uit Mr. Turner. Maar net zoals Girl With a Pearl Earring van Peter Webber uit 2003 (lees onze recensie hier) de kijker een blik gunde achter de schermen van het leven van de 17de-eeuwse Nederlandse meester Johannes Vermeer, maakt ook Mr. Turner de man achter de kunstenaar alvast iets minder ongrijpbaar.

JN.

Mr. Turner (Groot-Brittannië-2014): in de Belgische bioscopen vanaf 10 december 2014.
Met: Timothy Spall.

Genre: biopic / kunstfilm / historisch drama

Klik op de oranje link voor de trailer: Mr. Turner - trailer



dinsdag 25 oktober 2011

Honi soit qui mal y pense

Howl  van Jeffrey Friedman en Rob Epstein     ★★



New York City, 1955. De 29-jarige, nog onbekende Amerikaanse dichter Allen Ginsberg voltooit Howl: een lang, vierdelig en destijds erg gewaagd gedicht over drugs, armoede, verlangen, (homo)seksualiteit, wanhoop en vooral eenzaamheid. Twee jaar later moet de uitgever van het gedicht zich verantwoorden voor de rechtbank in San Francisco. Volgens de openbaar aanklager is Howl obsceen. Ginsberg is in één klap een nationale beroemdheid...

James Franco als de dichter Allen Ginsberg.

Vernoemd naar het voormelde gedicht, is er nu het nieuwe Amerikaanse docudrama Howl (2010) van Jeffrey Friedman en Rob Epstein. De film omvat nagespeelde interviews met Allen Ginsberg (gespeeld door James Franco), biografische flashbacks, scènes in de rechtbank en (nogal kitscherige) animatie die het gedicht visualiseert.

James Franco's vertolking van Ginsberg blijft wat op de vlakte, maar de rechtbankscènes zijn wel beklijvend. En na afloop van deze biopic begrijp je in elk geval veel beter waar het beroemdste gedicht van de zogeheten Beat Generation over gaat.

Express yourself

De film is, net als het gedicht, in wezen een pleidooi voor vrijheid van expressie. De door David Strathairn gespeelde openbaar aanklager blijkt een fatsoenrakker en moraalridder, die zich blind staart op de woorden in Ginsbergs gedicht en niet schijnt te beseffen wat de auteur ermee bedoelt. De moralistische tirades van de openbaar aanklager zeggen in feite meer over hemzelf en de hypocriete 'waarden' die hij meent te moeten verdedigen dan over Ginsberg of diens gedicht: honi soit qui mal y pense... (schaamte over hem die er slecht van denkt). 

David Strathairn als de openbaar aanklager Ralph McIntosh.

Ginsberg beoefende  een  authentieke, ongekunstelde, spontane vorm van schrijven die de kloof overbrugt tussen enerzijds de schrijver, zijn dagelijkse leven, zijn (spreek)taal en zijn werk en anderzijds de lezer. Schrijf wie je bent, schrijf zoals je bent, schrijf jezelf: dàt was wat Ginsberg probeerde. Hij associeerde en improviseerde met woorden zoals een jazzmuzikant doet met noten.

Allen Ginsberg.
James Franco.
Bovendien was het gedicht Howl ook een gepassioneerde aanklacht tegen de verstikkende moraal en het maatschappelijke onrecht in de jaren 50. Zo bracht Ginsberg hulde aan Carl Solomon: een dadaïstische schrijver die zich -naar verluidt als een artistieke daad van protest- vrijwillig liet opnemen in dezelfde psychiatrische instelling waar Ginsberg een alternatieve celstraf uitzat voor vermeende diefstal. Het gedicht is trouwens opgedragen aan Solomon. Tot slot is Howl ook een bitterzoete ode aan de liefde, met name aan Ginsbergs liefde voor zijn soulmates en collega-schrijvers Jack Kerouac (gespeeld door Todd Rotondi), Neil Cassady (Jon Prescott) en Peter Orlovsky (Aaron Tveit). Homoseksualiteit was in de jaren 50 echter nog een groot taboe. En de onverbloemde manier waarop Ginsberg zijn homo-erotische verlangens beschreef in Howl kon voor het toenmalige puriteinse establishment blijkbaar niet door de beugel.

Vis noch vlees

Aaron Tveit en James Franco.
Peter Orlovsky en Allen Ginsberg.
Het getuigt van moed dat het regisseursduo Friedman en Epstein het aandurfden om een bioscoopfilm van a tot z te wijden aan een gedicht. Een gedicht dat de belangrijkste hoofdrol vertolkt in de film en daardoor inderdaad veel van zijn boeiende geheimen prijsgeeft.

Het nadeel van dit docudrama is echter dat het zowel te weinig docu als te weinig drama is. Over Allen Ginsberg (1926-1997) komen we niet veel meer te weten dan je pakweg op de website Wikipedia vindt. En om de aandacht van de kijker vast te houden, heb je echt wel meer nodig dan wat deze film te bieden heeft: vis noch vlees, en soms werkt dat, maar in dit geval dus niet echt.

Ik heb zelf weinig affiniteit met het gedicht Howl van Ginsberg (ik hou veel meer van de gedichten van Friedrich Nietzsche, Charles Baudelaire, Willem Elsschot, Hugo Claus, Herman de Coninck en Gerard Reve), maar ik heb het gedicht Howl hieronder toch maar integraal weergegeven voor de liefhebbers.

JN.

Howl (USA-2010): in de Belgische bioscopen sinds 14 september 2011.
Met: James Franco, David Strathairn, Jon Hamm, Todd Rotondi, Jon Prescott en Aaron Tveit.

Genre: biopic / kunstfilm / existentieel docudrama / rechtbankdrama

Klik op de oranje link voor de trailer: Howl - trailer


 


Howl

van Allen Ginsberg


For Carl Solomon


I

I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked,

dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix,

angelheaded hipsters burning for the ancient heavenly connection to the starry dynamo in the machinery of night,

who poverty and tatters and hollow-eyed and high sat up smoking in the supernatural darkness of cold-water flats floating across the tops of cities contemplating jazz,

who bared their brains to Heaven under the El and saw Mohammedan angels staggering on tenement roofs illuminated,

who passed through universities with radiant eyes hallucinating Arkansas and Blake-light tragedy among the scholars of war,

who were expelled from the academies for crazy & publishing obscene odes on the windows of the skull,

who cowered in unshaven rooms in underwear, burning their money in wastebaskets and listening to the Terror through the wall,

who got busted in their pubic beards returning through Laredo with a belt of marijuana for New York,

who ate fire in paint hotels or drank turpentine in Paradise Alley, death, or purgatoried their torsos night after night

with dreams, with drugs, with waking nightmares, alcohol and cock and endless balls,

incomparable blind streets of shuddering cloud and lightning in the mind leaping towards poles of Canada & Paterson, illuminating all the motionless world of Time between,

Peyote solidities of halls, backyard green tree cemetery dawns, wine drunkenness over the rooftops, storefront boroughs of teahead joyride neon blinking traffic light, sun and moon and tree vibrations in the roaring winter dusks of Brooklyn, ashcan rantings and kind king light of mind,

who chained themselves to subways for the endless ride from Battery to holy Bronx on benzedrine until the noise of wheels and children brought them down shuddering mouth-wracked and battered bleak of brain all drained of brilliance in the drear light of Zoo,

who sank all night in submarine light of Bickford's floated out and sat through the stale beer afternoon in desolate Fugazzi's, listening to the crack of doom on the hydrogen jukebox,

who talked continuously seventy hours from park to pad to bar to Bellevue to museum to the Brooklyn Bridge,

a lost batallion of platonic conversationalists jumping down the stoops off fire escapes off windowsills off Empire State out of the moon

yacketayakking screaming vomiting whispering facts and memories and anecdotes and eyeball kicks and shocks of hospitals and jails and wars,

whole intellects disgorged in total recall for seven days and nights with brilliant eyes, meat for the Synagogue cast on the pavement,

who vanished into nowhere Zen New Jersey leaving a trail of ambiguous picture postcards of Atlantic City Hall,

suffering Eastern sweats and Tangerian bone-grindings and migraines of China under junk-withdrawal in Newark's bleak furnished room,

who wandered around and around at midnight in the railway yard wondering where to go, and went, leaving no broken hearts,

who lit cigarettes in boxcars boxcars boxcars racketing through snow toward lonesome farms in grandfather night,

who studied Plotinus Poe St John of the Cross telepathy and bop kabbalah because the universe instinctively vibrated at their feet in Kansas,

who loned it through the streets of Idaho seeking visionary indian angels who were visionary indian angels,

who thought they were only mad when Baltimore gleamed in supernatural ecstasy,

who jumped in limousines with the Chinaman of Oklahoma on the impulse of winter midnight streetlight smalltown rain,

who lounged hungry and lonesome through Houston seeking jazz or sex or soup, and followed the brilliant Spaniard to converse about America and Eternity, a hopeless task, and so took ship to Africa,

who disappeared into the volcanoes of Mexico leaving nothing behind but the shadow of dungarees and the larva and ash of poetry scattered in fireplace Chicago,

who reappeared on the West Coast investigating the FBI in beards and shorts with big pacifist eyes sexy in their dark skin passing out incomprehensible leaflets,

who burned cigarette holes in their arms protesting the narcotic tobacco haze of Capitalism, who distributed Supercommunist pamphlets in Union Square weeping and undressing while the sirens of Los Alamos wailed them down, and wailed down Wall, and the Staten Island ferry also wailed,

who broke down crying in white gymnasiums naked and trembling before the machinery of other skeletons,

who bit detectives in the neck and shrieked with delight in policecars for committing no crime but their own wild cooking pederasty and intoxication,

who howled on their knees in the subway and were dragged off the roof waving genitals and manuscripts,

who let themselves be fucked in the ass by saintly motorcyclists, and screamed with joy,

who blew and were blown by those human seraphim, the sailors, caresses of Atlantic and Caribbean love,

who balled in the morning in the evenings in rosegardens and the grass of public parks and cemeteries scattering their semen freely to whomever come who may,

who hiccuped endlessly trying to giggle but wound up with a sob behind a partition in a Turkish Bath when the blond & naked angel came to pierce them with a sword,

who lost their loveboys to the three old shrews of fate the one eyed shrew of the heterosexual dollar the one eyed shrew that winks out of the womb and the one eyed shrew that does nothing but sit on her ass and snip the intellectual golden threads of the craftsman's loom,

who copulated ecstatic and insatiate and fell off the bed, and continued along the floor and down the hall and ended fainting on the wall with a vision of ultimate cunt and come eluding the last gyzym of consciousness,

who sweetened the snatches of a million girls trembling in the sunset, and were red eyed in the morning but were prepared to sweeten the snatch of the sunrise, flashing buttocks under barns and naked in the lake,

who went out whoring through Colorado in myriad stolen night-cars, N.C., secret hero of these poems, cocksman and Adonis of Denver—joy to the memory of his innumerable lays of girls in empty lots & diner backyards, moviehouses' rickety rows, on mountaintops in caves or with gaunt waitresses in familiar roadside lonely petticoat upliftings & especially secret gas-station solipsisms of johns, & hometown alleys too,

who faded out in vast sordid movies, were shifted in dreams, woke on a sudden Manhattan, and picked themselves up out of basements hungover with heartless Tokay and horrors of Third Avenue iron dreams & stumbled to unemployment offices,

who walked all night with their shoes full of blood on the snowbank docks waiting for a door in the East River to open full of steamheat and opium,

who created great suicidal dramas on the appartment cliff-banks of the Hudson under the wartime blue floodlight of the moon & their heads shall be crowned with laurel in oblivion,

who ate the lamb stew of the imagination or digested the crab at the muddy bottom of the rivers of the Bowery,

who wept at the romance of the streets with their pushcarts full of onions and bad music,

who sat in boxes breathing in the darkness under the bridge, and rose up to build harpsichords in their lofts, who coughed on the sixth floor of Harlem crowned with flame under the tubercular sky surrounded by orange crates of theology,

who scribbled all night rocking and rolling over lofty incantations which in the yellow morning were stanzas of gibberish,

who cooked rotten animals lung heart feet tail borsht & tortillas dreaming of the pure vegetable kingdom,

who plunged themselves under meat trucks looking for an egg,

who threw their watches off the roof to cast their ballot for an Eternity outside of Time, & alarm clocks fell on their heads every day for the next decade,

who cut their wrists three times successively unsuccessfully, gave up and were forced to open antique stores where they thought they were growing old and cried,

who were burned alive in their innocent flannel suits on Madison Avenue amid blasts of leaden verse & the tanked-up clatter of the iron regiments of fashion & the nitroglycerine shrieks of the fairies of advertising & the mustard gas of sinister intelligent editors, or were run down by the drunken taxicabs of Absolute Reality,

who jumped off the Brooklyn Bridge this actually happened and walked away unknown and forgotten into the ghostly daze of Chinatown soup alleyways & firetrucks, not even one free beer,

who sang out of their windows in despair, fell out of the subway window, jumped in the filthy Passaic, leaped on negroes, cried all over the street, danced on broken wineglasses barefoot smashed phonograph records of nostalgic European 1930s German jazz finished the whiskey and threw up groaning into the bloody toilet, moans in their ears and the blast of colossal steamwhistles,

who barreled down the highways of the past journeying to each other's hotrod-Golgotha jail-solitude watch Birmingham jazz incarnation,

who drove crosscountry seventytwo hours to find out if I had a vision or you had a vision or he had a vision to find out Eternity,

who journeyed to Denver, who died in Denver, who came back to Denver & waited in vain, who watched over Denver & brooded & loned in Denver and finally went away to find out the Time, & now Denver is lonesome for her heroes,

who fell on their knees in hopeless cathedrals praying for each other's salvation and light and breasts, until the soul illuminated its hair for a second,

who crashed through their minds in jail waiting for impossible criminals with golden heads and the charm of reality in their hearts who sang sweet blues to Alcatraz,

who retired to Mexico to cultivate a habit, or Rocky Mount to tender Buddha or Tangiers to boys or Southern Pacific to the black locomotive or Harvard to Narcissus to Woodlawn to the daisychain or grave,
who demanded sanity trials accusing the radio of hypnotism & were left with their insanity & their hands & a hung jury,

who threw potato salad at CCNY lecturerson Dadaism and subsequently presented themselves on the granite steps of the madhouse with the shaven heads and harlequin speech of suicide, demanding instantaneous lobotomy,

and who were given instead the concrete void of insulin Metrazol electricity hydrotherapy psychotherapy occupational therapy pingpong & amnesia,

who in humorless protest overturned only one symbolic pingpong table, resting briefly in catatonia,

returning years later truly bald except for a wig of blood, and tears and fingers, to the visible madman doom of the wards of the madtowns of the East,

Pilgrim State's Rockland's and Greystone's foetid halls, bickering with the echoes of the soul, rocking and rolling in the midnight solitude-bench dolmen-realms of love, dream of life a nightmare, bodies turned to stone as heavy as the moon,

with mother finally fucked, and the last fantastic book flung out of the tenement window, and the last door closed at 4 A.M. and the last telephone slammed at the wall in reply and the last furnished room emptied down to the last piece of mental furniture, a yellow paper rose twisted on a wire hanger on the closet, and even that imaginary, nothing but a hopeful little bit of hallucination—

ah, Carl, while you are not safe I am not safe, and now you're really in the total animal soup of time—

and who therefore ran through the icy streets obsessed with a sudden flash of the alchemy of the use of the ellipse the catalog the meter & the vibrating plane,

who dreamt and made incarnate gaps in Time & Space through images juxtaposed, and trapped the archangel of the soulbetween 2 visual images and joined the elemental verbs and set the noun and dash of consciousness together jumping with sensation of Pater Omnipotens Aeterna Deus

to recreate the syntax and measure of poor human prose and stand before you speechless and intelligent and shaking with shame, rejected yet confessing out the soul to conform to the rhythm of thought in his naked and endless head,

the madman bum and angel beat in Time, unknown, yet putting down here what might be left to say in time come after death,

and rose incarnate in the ghostly clothes of jazz in the goldhorn shadow of the band and blew the suffering of America's naked mind for love into an eli eli lamma lamma sabacthani saxophone cry that shivered the cities down to the last radio

with the absolute heart of the poem butchered out of their own bodies good to eat a thousand years.

II

What sphinx of cement and aluminium bashed open their skulls and ate up their brains and imagination?

Moloch! Solitude! Filth! Ugliness! Ashcans and unobtainable dollars! Children screaming under the stairways! Boys sobbing in armies! Old men weeping in the parks!

Moloch! Moloch! Nightmare of Moloch! Moloch the loveless! Mental Moloch! Moloch the heavy judger of men!

Moloch the incomprehensible prison! Moloch the crossbone soulless jailhouse and Congress of sorrows! Moloch whose buildings are judgement! Moloch the vast stone of war! Moloch the stunned governments!

Moloch whose mind is pure machinery! Moloch whose blood is running money! Moloch whose fingers are ten armies! Moloch whose breast is a cannibal dynamo! Moloch whose ear is a smoking tomb!

Moloch whose eyes are a thousand blind windows! Moloch whose skyscrapers stand in the long streets like endless Jehovas! Moloch whose factories dream and choke in the fog! Moloch whose smokestacks and antennae crown the cities!

Moloch whose love is endless oil and stone! Moloch whose soul is electricity and banks! Moloch whose poverty is the specter of genius! Moloch whose fate is a cloud of sexless hydrogen! Moloch whose name is the Mind!

Moloch in whom I sit lonely! Moloch in whom I dream angels! Crazy in Moloch! Cocksucker in Moloch! Lacklove and manless in Moloch!

Moloch who entered my soul early! Moloch in whom I am a consciousness without a body! Moloch who frightened me out of my natural ecstasy! Moloch whom I abandon! Wake up in Moloch! Light streaming out of the sky!

Moloch! Moloch! Robot apartments! invisable suburbs! skeleton treasuries! blind capitals! demonic industries! spectral nations! invincible madhouses! granite cocks! monstrous bombs!

They broke their backs lifting Moloch to Heaven! Pavements, trees, radios, tons! lifting the city to Heaven which exists and is everywhere about us!

Visions! omens! hallucinations! miracles! ecstacies! gone down the American river!

Dreams! adorations! illuminations! religions! the whole boatload of sensitive bullshit!

Breakthroughs! over the river! flips and crucifixions! gone down the flood! Highs! Epiphanies! Despairs! Ten years' animal screams and suicides! Minds! New loves! Mad generation! down on the rocks of Time!

Real holy laughter in the river! They saw it all! the wild eyes! the holy yells! They bade farewell! They jumped off the roof! to solitude! waving! carrying flowers! Down to the river! into the street!

III

Carl Solomon! I'm with you in Rockland

where you're madder than I am

I'm with you in Rockland

where you must feel strange

I'm with you in Rockland

where you imitate the shade of my mother

I'm with you in Rockland

where you've murdered your twelve secretaries

I'm with you in Rockland

where you laugh at this invisible humour

I'm with you in Rockland

where we are great writers on the same dreadful typewriter

I'm with you in Rockland

where your condition has become serious and is reported on the radio

I'm with you in Rockland

where the faculties of the skull no longer admit the worms of the senses

I'm with you in Rockland

where you drink the tea of the breasts of the spinsters of Utica

I'm with you in Rockland

where you pun on the bodies of your nurses the harpies of the Bronx

I'm with you in Rockland

where you scream in a straightjacket that you're losing the game of actual pingpong of the abyss

I'm with you in Rockland

where you bang on the catatonic piano the soul is innocent and immortal it should never die ungodly in an armed madhouse

I'm with you in Rockland

where fifty more shocks will never return your soul to its body again from its pilgrimage to a cross in the void

I'm with you in Rockland

where you accuse your doctors of insanity and plot the Hebrew socialist revolution against the fascist national Golgotha

I'm with you in Rockland

where you will split the heavens of Long Island and resurrect your living human Jesus from the superhuman tomb

I'm with you in Rockland

where there are twentyfive thousand mad comrades all together singing the final stanzas of the Internationale

I'm with you in Rockland

where we hug and kiss the United States under our bedsheets the United States that coughs all night and won't let us sleep

I'm with you in Rockland

where we wake up electrified out of the coma by our own souls' airplanes roaring over the roof they've come to drop angelic bombs the hospital illuminates itself imaginary walls collapse O skinny legions run outside O starry-spangled shock of mercy the eternal war is here O victory forget your underwear we're free

I'm with you in Rockland

in my dreams you walk dripping from a sea-journey on the highway across America in tears to the door of my cottage in the Western night

IV

Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy!           
Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy!      
The world is holy! The soul is holy! The skin is holy!           
The nose is holy! The tongue and cock and hand           
and asshole holy!      
Everything is holy! everybody's holy! everywhere is           
holy! everyday is in eternity! Everyman's an           
angel!      
The bum's as holy as the seraphim! the madman is           
holy as you my soul are holy!      
The typewriter is holy the poem is holy the voice is           
holy the hearers are holy the ecstasy is holy!      
Holy Peter holy Allen holy Solomon holy Lucien holy           
Kerouac holy Huncke holy Burroughs holy Cassady
holy the unknown buggered and suffering           
beggars holy the hideous human angels!      
Holy my mother in the insane asylum! Holy the cocks           
of the grandfathers of Kansas!      
Holy the groaning saxophone! Holy the bop           
apocalypse! Holy the jazzbands marijuana           
hipsters peace & junk & drums!      
Holy the solitudes of skyscrapers and pavements! Holy
the cafeterias filled with the millions! Holy the
mysterious rivers of tears under the streets!      
Holy the lone juggernaut! Holy the vast lamb of the           
middle class! Holy the crazy shepherds of rebellion!
Who digs Los Angeles IS Los Angeles!      
Holy New York Holy San Francisco Holy Peoria &
Seattle Holy Paris Holy Tangiers Holy Moscow
Holy Istanbul!      
Holy time in eternity holy eternity in time holy the
clocks in space holy the fourth dimension holy           
the fifth International holy the Angel in Moloch!
Holy the sea holy the desert holy the railroad holy the
locomotive holy the visions holy the hallucinations
holy the miracles holy the eyeball holy the
abyss!
Holy forgiveness! mercy! charity! faith! Holy! Ours!
bodies! suffering! magnanimity!
Holy the supernatural extra brilliant intelligent
kindness of the soul!