Posts tonen met het label Joan Crawford. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joan Crawford. Alle posts tonen

maandag 2 augustus 2021

In de greep van een homme fatal?

Sudden Fear  van David Miller     ★★★★

.



Wanneer de succesvolle Amerikaanse toneelschrijfster Myra Hudson (glansrol van Hollywoodicoon Joan Crawford) tijdens een repetitie van haar nieuwe toneelstuk haar contractuele vetorecht gebruikt tegen de acteur die gecast werd om de hoofdrol te vertolken, vermits hij er volgens haar “niet romantisch genoeg” uitziet, wordt de acteur ter plekke ontslagen. De verbolgen acteur, die Lester Blaine heet (met brio vertolkt door Jack Palance), reageert als volgt: “Miss Hudson, in uw eigen stad San Francisco is er een kunstgalerie in het Legion of Honor Paleis met een olieverfportret van (meesterverleider) Casanova. Het is duidelijk dat u dat schilderij nog nooit gezien hebt. Ter informatie, Miss Hudson, zo zag Casanova eruit: hij had grote oren, een litteken boven één oog, een gebroken neus en een wrat op zijn kin. Hier! (wijst naar zijn kin) Ik stel voor, Miss Hudson, dat, wanneer u terugkeert naar San Francisco, u die galerie bezoekt en dat schilderij bekijkt!” 

Myra blijft echter bij haar beslissing, en een tijd later gaat haar nieuwe toneelstuk, met een andere hoofdrolspeler, in première in de New Yorkse theaterwijk Broadway. De première is een groot succes, waarna Myra de trein huiswaarts neemt naar San Francisco. Lester zit (toevallig?) op dezelfde trein en Myra leert hem beter kennen. Hij is een stuk jonger dan haar en hij heeft amper geld, maar dat verhindert de rijke vrijgezel Myra niet om tot over haar oren verliefd op hem te worden en een passionele relatie met hem te beginnen. Haar geluk kan niet op. Tot de jonge, sleazy profiteuse Irene (gespeeld door Gloria Grahame) opdaagt en roet in het eten strooit. Wat is zij van plan? En hoe reageert Lester, die Irene lijkt te herkennen...?

Joan Crawford als Myra, en Jack Palance als Lester.

Een tragiromantische film noir-thriller  

Sudden Fear dateert van 1952 en werd geregisseerd door de Amerikaan David Miller. Het scenario van Lenore J. Coffee en Robert Smith is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1948 van de Amerikaanse schrijfster Edna Sherry (pseudoniem van Edna Solomon).

Afgezien van de complexe plotontwikkeling in de tweede helft van de film (waarop we hieronder nog terugkomen), met inbegrip van het wel erg toevallige einde, is Sudden Fear een uitstekende, genre-overstijgende film noir, die begint als een psychosociaal romantisch drama maar van meet af aan ook aanvoelt als een Hitchcockiaans relatiemysterie dat evolueert naar een spannende misdaadthriller.

Hoofdrolspelers Joan Crawford en Jack Palance dragen de film en blinken uit in hun respectievelijke rollen en dynamische samenspel, wat hen beiden een Oscarnominatie opleverde. 

Dramatisch

Vermits Crawford sinds 1923 als één van de mooiste filmgodinnen aller tijden in tientallen films had meegespeeld, was zij begin jaren 50 reeds een zeer ervaren actrice, die in Sudden Fear de emotionele roller coaster in Myra's hoofd en hart (verlangens, verliefdheid, geluk, verbijstering, angst, vastberadenheid, twijfels, gewetenswroeging...) met dramatische mimiek en motoriek kon transponeren naar het hoofd en hart van de kijker, waardoor je met haar personage meeleeft, bijvoorbeeld tijdens de spannende scène waarin Myra zich verstopt in Irene's kleerkast. Naast haar (derde) Oscarnominatie, kreeg Crawford voor haar vertolking van Myra ook de Golden Globe voor beste actrice.

Myra verstopt zich in de kleerkast van Irene...

Niet romantisch genoeg?

Jack Palance stond in 1952 nog aan het begin van zijn filmcarrière, maar hij bewees in Sudden Fear reeds waarom zijn merkwaardige karakterkop en pezige fysiek geen hinderpaal vormden voor een beklijvende hoofdrol. Integendeel, want zijn hoofdrol als Lester in Sudden Fear begint met een scène waarin hij "niet romantisch genoeg" genoemd wordt, waarna Myra later in de film toch haar hart aan hem verliest, wat bevestigt dat charisma -waarvan Palance en dus ook zijn personage Lester overstroomden- veel belangrijker is dan een 'knap' uiterlijk. Bovendien draait Sudden Fear een genrecliché om: terwijl films noirs doorgaans draaien rond een femme fatale die mannen rond haar vingers windt, focust Sudden Fear, ondanks de introductie van femme fatale Irene, vooral op Myra's onvoorspelbare relatie met een enigmatische man (Lester) die wel eens een homme fatal zou kunnen zijn. Dankzij de ambivalente vertolking van Palance, die daarmee de spanning vasthoudt, blijven we als kijker lang gissen: houdt Lester echt van Myra of is ook hij, net als Irene, een  gluiperige, on(be)trouw(bar)e gold digger...? Ook nadat we halfweg de film de waarheid achterhalen, toont Palance met zijn veelzijdige vertolking waarom deze getalenteerde acteur na Sudden Fear een succesvol vervolg breide aan zijn carrière. Ironisch genoeg, werd hij, onder meer vanwege zijn uiterlijk en omineuze uitstraling, vaak getypecast als een (iconische) slechterik (in Shane uit 1953 bijvoorbeeld: één van onze favoriete westerns) wegens "niet romantisch genoeg" voor hoofdrollen als romantische held. Net als Lester in de openingsscène van Sudden Fear...  

Jack Palance als Lester.

Schijn bedriegt

Laat ons Gloria Grahame niet vergeten, die perfect gecast is als de hebzuchtige, manipulatieve en gewetenloze Irene: een jonge blondine die als een onschuldig popje ten tonele verschijnt, maar al gauw haar ware aard toont...  

Jack Palance en Gloria Grahame.

Sfeervol

Sudden Fear kreeg ook Oscarnominaties voor het stijlvolle kostuumontwerp van Sheila O'Brien en voor de sfeervolle zwart-wit fotografie onder leiding van cameraman Charles B. Lang jr., met veel schaduwen en een voor films noirs zo kenmerkend contrastrijk spel van licht en donker.


Een half meesterwerk

Sudden Fear bevestigt dat een film vaak staat of valt met het scenario. 

De eerste helft van Sudden Fear komt in de buurt van een onvervalst meesterwerk, dankzij de meeslepende opbouw van de relatie tussen Myra en Lester (met onder meer briljant vertolkte scènes op de trein) en de spanningsverhogende introductie van Irene, die culmineert in een dramatische scène waarin Myra per toeval een cruciale bandopname met bewijsmateriaal beluistert maar die bandopname vervolgens per ongeluk vernietigt. Dat is het begin van een zenuwslopend kat-en-muisspel tegen de klok (let op de klokslinger die tijdens een dissolve genadeloos heen en weer slingert tussen Myra's bange ogen), met ingehouden confrontaties tussen de elkaar manipulerende hoofdpersonages, waarin Crawford, Palance en Grahame schitterend acteren en bijdragen tot de spanning alsof hun personages zich onder druk in een snelkookpan bevinden. 

De film verliest zich echter in de complexe plotontwikkeling rond een plan dat Myra stiekem uitwerkt. Zij heeft nochtans veel eenvoudigere en minder gevaarlijke opties dan haar ingewikkelde plan, waardoor het verhaal aan geloofwaardigheid inboet. Myra kon bijvoorbeeld meteen bij de politie klacht indienen en haar advocaat en/of een notaris uitnodigen op het politiekantoor om er de nodige documenten te handtekenen, en tot slot ter plaatse telefoneren naar diegene tegen wie Myra bewijsmateriaal had, terwijl de politie meeluistert naar het telefoongesprek om de reactie te horen terwijl Myra vertelt dat de politie op de hoogte is en zij herhaalt (parafraseert) wat op de bandopname stond en voorleest wat in de door haar gehandtekende documenten staat. Ze kon tijdens dat telefoongesprek, indien nodig, zelfs bluffen dat de politie de (voordien vernietigde) bandopname beluisterd heeft en dat die intussen in een kluis van haar advocaat ligt. Klaar is Kees. Maar dat zou geen spannende, noch tragisch finale zijn, terwijl elke film noir-thriller natuurlijk een spannende en tragische finale nodig heeft...

Tijdens de uitwerking van Myra's plan hebben wij weliswaar genoten van spannende momenten tijdens de dagenlange aanloop naar de intense scène waarin Myra zich 's nachts in Irene's kleerkast verstopt. En de daaropvolgende achtervolgingsscènes in de donkere straten van San Francisco zijn erg sfeervol (bijna expressionistisch) in beeld gebracht. Maar die scènes eindigen met een wel erg toevallig en dus onwaarschijnlijk slot. 

Als het aan ons lag, hadden wij het (overbodige en te complexe) plan van Myra en het (te toevallige) slot vervangen door een andere (meer geloofwaardige) plotafwikkeling en een slotscène op de gevaarlijke trap aan de afgrond bij Myra's strandhuis. Die trap kwam eerder reeds in beeld als een onheilspellend gevaar ("Er is zelfs geen handreling") en zou dus als toepasselijke set piece-locatie gediend kunnen hebben tijdens de slotscène in plaats van louter als een red herring in de eerste helft van de film. 


Een andere gemiste kans in Sudden Fear is het olieverfportret van Casanova in het Legion of Honor Paleis in San Francisco, dat in de openingsscène ter sprake kwam. Waarom wordt dat portret nooit getoond? Dat had nochtans een fijne, meerzinnige scène kunnen opleveren wanneer Myra en Lester in de eerste helft van de film samen uitstapjes maken in San Francisco. Het portret had ook getoond kunnen worden na de finale, door een korte, zwijgzame epiloog toe te voegen, met eerst een establishing shot van de voorgevel van het Legion of Honor Paleis en dan een cut naar het schilderij, waarna de camera met een dolly out onthult dat een ruggelings gefilmd personage het schilderij aan het bekijken is, en de camera vervolgens 180° rond het personage draait en inzoomt op het veelzeggende gezicht van het personage: achtereenvolgens droef, peinzend, smachtend, boos, opgelucht, bitterzoet zuchtend en eenzaam... Maar zulke scènes ontbreken dus.

En zo zijn er wel meer gemiste kansen.

Waarom geven we dan toch vier sterren aan Sudden Fear? Wel, spijts de narratieve gebreken (vooral in de tweede helft), heeft de film, dankzij de knappe sfeerschepping, psychosociale diepgang, veelzijdige vertolkingen en efficiënte spanningsopbouw, voldoende te bieden om overeind te blijven als één van de meeslependste film noir-thrillers uit de jaren 50. Dat verklaart ook waarom het de allereerste film was die de Franse nouvelle vague-cineast, film noir-liefhebber en Hitchcock-bewonderaar François Truffaut in maart 1953 besprak -en bewierrookte!- in het invloedrijke Franse filmtijdschrift Cahiers du Cinéma.

JN.

Sudden Fear (USA-1952): beschikbaar op dvd en blu ray-disc.
Met: Joan Crawford, Jack Palance en Gloria Grahame.

Genre: film noir / romantiek / psychosociaal drama / misdaadthriller


vrijdag 11 september 2020


FILMGODINNEN

Deel 1


JOAN CRAWFORD
                           
1904 - 1977
                
In deze nieuwe reeks presenteren wij onze
Top 40
van de mooiste filmactrices aller tijden


Onze criteria: ze zijn of waren niet alleen oogverblindend mooi, maar danken hun roem ook aan hun acteertalent en charisma. Van knappe starlets met weinig acteertalent of uitstraling gaan er immers dertien in een dozijn, en die hebben we dus genegeerd in onze selectie. 

We onthullen onze Top 40 van de meest oogstrelende filmgodinnen in chronologische volgorde op basis van hun geboortedata. 

Hieronder vindt u deel 1: over de Amerikaanse actrice Joan Crawford .




De eerste Queen of the Movies


Ja, wij weten dat dit donkerharige Hollywoodicoon (met Engelse, Ierse, Franse en Zweedse voorouders) een jaar na haar dood in het door haar dochter Christina geschreven en later verfilmde boek Mommie Dearest (een film uit 1981) beschuldigd werd van alcoholisme en allerlei vormen van kindermisbruik, waaronder wrede psychologische terreur en gewelddadige woedeuitbarstingen.


Hoe dan ook, spijts de pejoratieve geruchten die rond haar de ronde doen, kan niemand ontkennen dat de Amerikaanse actrice Joan Crawford vanaf 
haar filmdebuut in 1925 jarenlang indruk maakte met haar charismatische uiterlijk en veelzijdige vertolkingen, eerst in stille films zoals Sally, Irene and Mary (1925), The Taxi Dancer (1927), The Unknown (1927), Our Dancing Daughters (1928) waarin Crawford haar danstalent toonde en waarmee zij doorbrak bij het grote publiek, en later in talrijke geluidsfilms zoals Untamed (1929), Montana Moon (1930), Paid (1930), Dance, Fools, Dance (1931), Laughing Sinners (1931), Possessed (1931) waarvoor Crawford een Oscarnominatie kreeg, Letty Lynton (1932), Dancing Lady (1933), Chained (1934), Forsaking All Others (1934), Sadie McKee (1934), No More Ladies (1935), I Live My Life (1935), The Gorgeous Hussy (1936), Love on the Run (1936) en The Last of Mrs. Cheyney (1937).


Een promotiefoto van Joan Crawford
voor de film Laughing Sinners (1931).
Crawford, die in 1937 als eerste door het Amerikaanse Life magazine uitgeroepen werd tot
 Queen of the Movies, had grote sprekende ogen en wenkbrauwen, een karaktervolle rechte neus en een expressieve, soms strenge mimiek, wat haar op latere leeftijd geschikt maakte voor dramatische karakterrollen in onder meer het romantisch drama Strange Cargo (1940) van Frank Borzage, de film noir A Woman's Face (1941) van George Cukor, de film noir Mildred Pierce (1945) van Michael Curtiz, waarmee Crawford haar enige Oscar won, de film noir Possessed (1947) van Curtis Bernhardt, de uitstekende film noir Sudden Fear uit 1953 met tegenspeler Jack Palance (lees onze recensie hier), waarvoor Crawford een Oscarnominatie kreeg, de psychosociale cultwestern Johnny Guitar (1954) van Nicholas Ray, het psychosociaal drama The Best of Everything (1959) van Jean Negulesco, de memorabele psychologische huis clos-thriller Whatever Happened to Baby Jane? (1962) van Robert Aldrich, waarin Crawford tegenover Bette Davis speelt, en de psychologische horrorthriller Strait-Jacket (1964) van William Castle, waarin Crawford met brio een tot waanzin gedreven vrouw belichaamt.


Joeri Naanai


Klik op de oranje links voor:
















donderdag 6 oktober 2011

Gestolen jeugd

My Little Princess  van Eva Ionesco     ★★




Parijs, jaren 70. De tienjarige Violetta (gespeeld door Anamaria Vartolomei) woont bij haar Roemeense overgrootmoeder omdat Violetta's moeder Hanna (Isabelle Huppert) als een egocentrische bohémienne door het leven gaat. In plaats van voor haar dochter te zorgen, jaagt Hanna haar eigen geluk na door een artistieke leefwereld te creëren waarin aanvankelijk geen plaats lijkt voor Violetta.

Jeugdtrauma's

Anamaria Vartolomei als Violetta.


Isabelle Huppert als Hanna.
Hanna komt af en toe op bezoek bij haar dochter.  Op een dag besluit zij om Violetta op te maken, aan te kleden als een modepop en te fotograferen in erotiserende poses alsof het kind Marlene Dietrich was. Violetta is haar kleine prinses, haar nimfijn; een Shirley Temple-kloontje waarmee Hanna haar eigen verborgen jeugdtrauma's probeert te compenseren. 

Labiel

Hanna heeft onmiskenbaar een labiele persoonlijkheid. Naar eigen zeggen lijdt zij aan fysiofobie: 'claustrofobie van het vlees'. Violetta's afwezige vader wordt door Hanna beschreven als "een fundamenteel gebrek van de natuur". De dood beschouwt Hanna als "een feest". Ze zoekt schoonheid in een lelijke wereld, maar focust daarbij vooral op de uiterlijke schoonheid der dingen. Bovendien misbruikt zij haar 'moederliefde' als een chantagemiddel om Violetta voor haar artistieke kar te spannen. Hanna heeft immers een hekel aan wat zij de mediocriteit van de massa noemt. Ze geeft haar dochtertje Georges Bataille te lezen en gebruikt haar als een rekwisiet in bizarre, vaak morbide studio-ensceneringen die steeds compromitterender worden.

Violetta beseft dat haar moeder haar misbruikt om zelf aandacht te krijgen. Toch begint het kind zich stilaan te gedragen als haar moeder...

Drama queens

Gebaseerd op een autobiografisch scenario van de Franse, debuterende regisseuse Eva Ionesco -die zelf ooit als kind naakt moest poseren voor de lens van haar moeder- is haar recente langspeelfilmdebuut My Little Princess (2011) een interessante studie van een totaal ontspoorde moeder-dochter-relatie.

De Franse topactrice Isabelle Huppert heeft genoeg charisma als de flamboyante moeder Hanna. En Anamaria Vartolomei geeft blijk van haar vroegrijpe maturiteit als actrice in haar vertolking van de dochter Violetta.

Visueel blijft de film echter wat in gebreke. En het theatrale getouwtrek tussen beide drama queens werkt na een tijdje behoorlijk op de zenuwen. 


My Little Princess deed ons soms denken aan:
- de Amerikaanse film noir-klassieker Sunset Blvd. van Billy Wilder uit 1950 (bekijk de hele film hier), waarin de vergankelijkheid van roem en van uiterlijke schoonheid centraal staat; 
- het ophefmakende drama Lolita uit 1962 van Stanley Kubrick (onze favoriete regisseur), naar de gelijknamige schandaalroman uit 1955 van de Russisch-Amerikaanse Vladimir Nabokov, over een literatuurprofessor van middelbare leeftijd die hopeloos verliefd wordt op een 14-jarig meisje;
- en het gezinsdrama Mommie Dearest van Frank Perry uit 1981, waarin Faye Dunaway in de huid kruipt van de beroemde Amerikaanse filmdiva Joan Crawford (één van de mooiste filmgodinnen aller tijden), die haar adoptiedochter Christina  jarenlang mishandelde (althans volgens de memoires van Christina, waarop deze film gebaseerd is).

My Little Princess kan echter op geen enkel vlak tippen aan de voormelde films, want daarvoor is het langspeelfilmdebuut van Eva Ionesco gewoon niet goed genoeg.  

Vicieuze cirkel

Violetta moet boeten voor haar moeders eigen jeugdtrauma's.
Is er iets wreders dan je eigen kind te verlaten en daarbij te zeggen dat je nooit meer terugkomt, zoals Hanna zegt tegen Violetta in My Little Princess?  Wat drijft ouders om het geluk van hun kind ondergeschikt te maken aan de bezwering van hun eigen demonen? Soms nemen ouders, al of niet doelbewust, wraak op hun kinderen voor het leed dat hen ooit zelf is aangedaan. Zo geven deze ouders hun (jeugd)trauma's door aan hun eigen kinderen: een vicieuze cirkel die soms generaties doormaalt en alleen kan doorbroken worden wanneer ouders de wijze woorden van de Perzische poëet Khalil Gibran ter harte nemen:

"Uw kinderen zijn uw kinderen niet. Zij zijn de zonen en dochters van 's levens hunkering naar zichzelf. Zij komen door u, maar zijn niet van u, en hoewel ze bij u zijn, behoren ze u niet toe. U mag hen uw liefde geven, maar niet uw gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten. U mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen, want hun zielen wonen in het huis van morgen, dat u niet bezoeken kan, zelfs niet in uw dromen. U mag proberen hun gelijke te worden, maar tracht hen niet aan u gelijk te maken. Want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren. Jullie zijn de bogen, waarmee uw kinderen als levende pijlen worden weggeschoten. De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige, en hij buigt u met zijn kracht opdat zijn pijlen snel en ver zullen vliegen. Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter een vreugde voor u zijn: want zoals hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint hij ook de boog die standvastig is."

Moeders die hun dochter willen inschrijven in de schoonheidswedstrijd, auditie of talentenjacht die ze zelf ooit verloren hebben of haar op een andere manier willen belasten met eigen, nooit gerealiseerde ambities zouden eerst bovenstaand gedicht eens moeten (her)lezen. Of kijken naar wat Hanna en Violetta overkomt in My Little Princess... 

JN.

My Little Princess (Frankrijk-2011): in de Belgische bioscopen vanaf 12 oktober 2011.
Met: Isabelle Huppert, Anamaria Vartolomei en Georgetta Leahu.

Genre: psychologisch familiedrama / kunstfilm